D o c h t   d a   g i j   w a   z e e . . . . .  Al jaren zwierf in het Regionaal Historisch Centrum, voor ons en veel Bergenaren nog steeds ’t Archief’, een lijst rond met zo’n 50 bijnamen. Ze waren eens opgestuurd door een bejaarde Bergse. We zeiden steeds tegen elkaar, “Daar moeten we wat mee doen.” We waren toen echter druk bezig met het samenstellen van het woordenboek. Toen het woordenboek klaar was, kwam die lijst weer tevoorschijn, maar toen gooide het Bergs Kookboek roet in het eten. Het archief is gelukkig geduldig en daar was de lijst weer. De namen die er op staan nodigden uit om er aan te gaan werken. Maar, dan moet je wel weten waar je over praat, dus eerst een beetje geschiedenis Alhoewel veel mensen in steden en dorpen vroeger een bijnaam hadden kwamen tot 1200 alleen vóórnamen voor. In de loop van de 13e eeuw begonnen toenamen oftewel lapnamen of bijnamen meer en meer voor te komen. Algemeen wordt aangenomen, dat de meeste mensen een bijnaam kregen om aan te tonen van wie, of van welke familie ze afstamden, waar ze vandaan kwamen, welk beroep ze uitoefenden, of welk lichamelijk kenmerk van hen het meest in het oog sprong. Dat was in Bergen op Zoom niet anders. De bijnaam zegt iets over de persoon op wie hij betrekking heeft. Soms werd de naam overgeërfd, zoals de kinderen van de Buffel die allemaal dezelfde bijnaam hadden als hun vader, maar meestal was hij persoonsvast. Maar allereerst was de bijnaam toch een handig middel om mensen met dezelfde familienamen te onderscheiden. Het is dus niet zo verwonderlijk dat er bij de hoveniers heel veel bijnamen waren, want het wemelde er van de Frankens, Nuijtens, Mustersen, Verdulten en Hopmansen. Grote gezinnen met veel kinderen, die op hun beurt ook weer veel kinderen kregen die vernoemd werden naar dezelfde opa of oma, ooms of tantes. Houd die allemaal maar eens uit elkaar. Jan van onze Piet, Jan van onze Kees, Jan van onze Sjaak, Jan van onze Suus............u kent het ongetwijfeld wel. Je schoot er niks mee op om te zeggen: ‘Ik zijn d’r één van Franken.’, want daar stikte het de moord van. Zei je daarentegen:’Ik zijn d’r één van Piet achter de Pomp, dan wist iedereen meteen wie je was en waar je woonde. En ‘agge d’r ééntje van De Spit’ was, dan kende iedereen de Musters die daarbij hoorde. Bij de vissers was het niet anders: de kaai zwom in de Landa’s , de Van Dorten en die van De Haas. Hoewel er bij de tuinders en de vissers heel veel bijnamen voorkwamen, kregen toch ook veel Bergenaren een bijnaam om een in het oog springend lichamelijk kenmerk, een typische karaktereigenschap, of om hun beroep. Bijnamen die appelleren aan een lichamelijk kenmerk of gebrek zijn er volop: behalve Jan met de Lippe, hadden we ook een Jan mette Rot Orkes. En er liepen ook nogal wat ròòie, dikke, dòòve, lange en schele mensen rond in Bergen en ook de bulten waren ruim vertegenwoordigd: de Bult Bakx, Bultje Somers of gewoon: De Bult. Maar de mooiste bijnamen blijven toch die namen die een typische karaktertrek of een eigenaardig gedragspatroon weergeven: d’n Bisschop, de Burregemééster, d’n Bok, de Dure, de n’ Eilege, de n’ IJzerbijter, de n’Affekaat, ‘t Marresjeseeke etc. design: www.bakxxx.nl Bijnamen . . . Tot zover de geschiedenis. Een van de taken van de Berregse Kamer is te proberen de gesproken taal vast te leggen en te bewaren. Bijnamen zijn bij uitstek gesproken taal. Bovendien voegen ze ook veel culturele en historische waarde toe. Een bijnaam als “de Pekkert “ bijvoorbeeld, is alleen te begrijpen als je weet welk (ondertussen uitgestorven) beroep hij had; het pekken van bezems. Toen we eenmaal serieus begonnen met verzamelen, stroomden de bijnamen binnen. Mensen stuurden ze naar ons op en ook tijdens de interviews gaven de Bergenaren ons steeds meer namen. Al snel hadden we er honderden. Toen konden we er niet meer onderuit; die moesten in een boek. Maar toen begon het pas. Als we tevreden waren geweest met alleen een opsomming van de bijnamen dan waren we allang klaar geweest. Wij willen echter een boek maken dat meer is dan alleen die opsomming. Wie waren de mensen achter die bijnamen, wat was hun eigen naam, waarom werden ze zo genoemd. Van lieverlee kwamen we meer en meer te weten. Mensen geven ook foto’s uit eigen albums die we mogen gebruiken. Tijdens onze zoektocht naar de Bergenaar achter de bijnaam hoorden we de leukste verhalen en anekdotes die we u niet willen onthouden. Al ruim drie jaar werken we nu aan het Berregs Bijnamenboek. De bijnamencommissie werd uitgebreid van 2 naar 6 personen, op het Archief zetten ze al bijna een bed voor ons weg. We zijn al een eind op weg en hopen u in 2005 heel trots het resultaat te kunnen tonen. Uiteraard zullen we er hier dan uitgebreid verslag van doen. De Bijnamencommissie; Lia Suijkerbuijk, Brigit Bakx, Jules Besling, Corrie de Groot en Piet Landa. Berregse Bijnamen gebundeld in ’t Berregs Bijnameboek